Het reguliere pensioen: Een slechte deal

We staan erbij en kijken er naar, maar beseffen we het wel? Stijgende pensioenleeftijd, slechte dekkingsgraden en geen indexering van de pensioenen. Het nieuws gaat er veel over, maar heb jij enig idee wat deze dingen nu voor jou betekenen?

Je zit in de bloei van je leven en denkt niet over pensioen na, maar besef je je wel dat je gefopt wordt waar je bij staat?

Ik zal maar met de deur in huis vallen, als je een 30-jarige bent die er net een paar jaar werkervaring op heeft zitten, zit je voor de komende 40 jaar vastgeketend aan je werk. Laat dat even op inzinken. 40 jaar.

De pensioenleeftijd voor mensen geboren in 1990 in het nieuwe pensioenakkoord van 2019 is gesteld op 70 jaar[1].

De levensverwachting van Nederlanders geboren in 1990 is 77,02 jaar.[2] Je bent dus nog 40 jaar aan het zwoegen, om vervolgens 7 jaar lang van je pensioen te genieten. Kun jij mij recht in de ogen aankijken en me vertellen dat dat een goede deal is?

Daar blijft het niet bij. De pensioenuitvoerders steken jouw hele pensioen vervolgens in hun zak, omdat de overheid rekent met een hoge pensioenleeftijd.

Asymmetie van uitkeringen en levensverwachting

Je wordt niet alleen afgezet qua tijd, de pensioenfondsen en pensioenuitkeerders maken ook flink winst op je. Dit werkt zo:

  • Je legt je hele werkende leven elke maand een beetje geld in je pensioenpotje.
  • Dit pensioenpotje groeit, en op je pensioenleeftijd heb je een groot bedrag bij elkaar gespaard.
  • Van dit geld koop je een uitkering bij een pensioenuitvoerder. Zij krijgen het geld, jij krijgt elke maand tot je dood €X.

Laten we gaan rekenen met echte getallen, dan zal je zien wat voor een enorm slechte deal je krijgt. De gemiddelde Nederlander van 65-75 heeft een pensioenvermogen van €272.000[3], (sectie 3,7). Met dit vermogen gaan we een pensioenuitkering kopen.

Invullen van het formulier van Nationale Nederlanden[4] geeft een bruto uitkering per maand van €1010,-. Dit is een uitkering van 12 * €1010 = €12.120 bruto per jaar.

Wellicht voel je hem al aankomen, maar dit wordt de rekensom:

Je gaat op je 70e met pensioen, en je leeftijdsverwachting is 77,02 jaar. Je krijgt dus 7 jaar lang je uitkering van €12.120 per jaar = €84.840 aan uitkeringen met je kapitaal van €272.000. Over goede deals gesproken.

Die andere €187.160 verdwijnt in de zak van de pensioenuitvoerder op het moment dat je overlijdt.

De reden dat dit gebeurt is omdat een asymmetie is tussen je levensverwachting en de uitkeringen van je pensioenleeftijden, oftewel: Je gaat te vroeg dood om ook maar in de buurt te komen van het ‘opmaken’ van je pensioengelden.

Al dat geld waar je je hele leven voor gespaard hebt, verdwijnt grotendeels in de pot van de pensioenuitvoerder.

Deze berekening kan je herhalen met elk gespaard pensioenbedrag, het hoeft niet per se €272.000 te zijn. Je zal elke keer erop uitkomen dat het gros van je gespaarde bedrag niet aan je toekomt maar in iemand anders zijn zakken verdwijnt.

Resterende leeftijdsverwachting

Bovenstaande feiten kloppen niet volledig. Er wordt namelijk gerekend met leeftijdsverwachting, maar het is accurater om te rekenen met resterende leeftijdsverwachting. Dit komt door het volgende:

Als je naar leeftijdsverwachting kijkt, zitten daar ook alle gevallen in van mensen die overlijden vóór de pensioenleeftijd. In ons geval is dit niet relevant, want we gaan er van uit dat iemand zijn pensioenuitkering inzet en dus heeft diegene het al ‘overleefd’ tot zijn pensioenleeftijd.

Om te berekenen wat deze persoon uiteindelijk aan uitkeringen krijgt moeten we bekijken wat de resterende leeftijdsverwachting van deze persoon is op het moment dat hij of zij de pensioenuitkering inzet.

Laten we gaan rekenen. Iemand die op dit moment (2021) met pensioen gaat heeft een pensioenleeftijd van 67 jaar. De resterende leeftijdsverwachting op 65 jarige leeftijd was ~20 jaar in 2019[5]. Deze persoon zal dus gemiddeld 20 jaar – (67-65) = 18 jaar uitkeringen genieten.

Rekenend met een uitkering van €1010 per maand en een kapitaal van €272.000 komen we uit op een totale uitkering van 18 jaar * 12 maanden * €1010 = €218.160. Waar is de andere €51.840 van je kapitaal van €272.000?

Nu zul je wel denken: Ja, maar die pensioenuitkeerder moet ook een heleboel mensen betalen die wél ouder worden dan resterende leeftijdsverwachting.

Deze uitspraak is opzichzelfstaand juist.

Echter is hij volledig onzinnig in de context van deze kwestie. Er zijn namelijk net zo veel mensen die eerder dan de resterende leeftijdsverwachting overlijden. Dat is namelijk het hele principe van de resterende leeftijdsverwachting, het is een gemiddelde.

Dus de pensioenuitvoerder kan de mensen die langer leven betalen uit het potje geld wat vrijkomt door mensen die eerder sterven.

Nog meer winst voor je pensioenuitvoerder

Maar dit is nog niet alles. We gaan nu namelijk kijken naar het laatste puzzelstukje: Beleggen.

Bovenstaande punten gaan er namelijk van uit dat de pensioenuitvoerder het kapitaal (€272.000) wat jij hem geeft op een spaarrekening zet en dat het 0% rendement realiseert.

In werkelijkheid belegt jouw pensioenuitvoerder het kapitaal dat jij hem geeft en kan hij het normale marktrendement van 7% gemiddeld per jaar halen, net zoals andere pensioenfondsen[6]. Maar laten we er voor de veiligheidsmarge even van uit gaan dat jouw pensioenaanbieder maar 4% gemiddeld rendement per jaar behaalt.

Jij krijgt nog steeds maar €218.160, gewoon je uitkeringen. Echter, jouw pensioenuitvoerder is aan de haal gegaan met jouw €272.000 en behaalt gedurende 18 jaar een gemiddeld rendement van 4% per jaar.

Na 18 jaar maakt jouw pensioenuitvoerder de balans op. Zijn nettowinst: €234.541,62. Hij heeft €180.701,62 winst gemaakt met jouw €272.000. In totaal heeft hij dus €272.000 + €180.701,62 = €452.701,62 aan kapitaal waarvan hij jou €218.160,- heeft moeten betalen over de looptijd van de 18 jaar.

Onder de streep houdt de pensioenuitvoerder €452.701,62 – €218.160 = €234.541,62 over aan jou.

Het is een enorm goede deal, alleen niet voor jou.

Net zoals bij de andere paragrafen: Je kan deze hele berekeningen herhalen met elk pensioenkapitaal, of je nu €100.000 in je pensioenpotje gestopt hebt, of €1.000.000. Het gaat dus niet om de €272.000. Dit is slechts een rekenvoorbeeld. Elke keer zal je op hetzelfde uitkomen: Je krijgt een slechte deal.

Hoe voorkom ik dit?

Een kort antwoord: Niet. Je bent in Nederland verplicht om een levenslange pensioenuitkering aan te kopen met je eindkapitaal. Elke mogelijke uitkering is niet in lijn met de levensverwachting. Een groot deel van je opgebouwde geld zal verdwijnen in de zakken van je pensioenuitvoerder. Dit is helaas de prijs van ons collectivistische pensioenstelsel.

Het enige wat je kan doen is zoveel mogelijk van je pensioen sparen in de derde pijler of zelfs de private vierde pijler. De derde pijler is een pensioenlijfrente potje welke je kan opvullen als je jaarruimte over hebt. Met dit potje kan je namelijk een uitkering kopen van een vaste looptijd.

Als je eerder overlijdt dan het einde van de looptijd, krijgen je erfgenamen het saldo om een uitkering mee aan te kopen. Op deze manier verdwijnt het in ieder geval niet in de zakken van de pensioenuitvoerder.

De vierde pijler is gewoon sparen op de bankrekening of beleggen. Niemand kan aan dit geld komen, en je kan zelf beslissen hoeveel geld je per jaar gebruikt om van te leven in je pensioenjaren. Als je eerder overlijdt komt alles wat er over is toe aan je erfgenamen.


Dankjewel voor het lezen, ik hoop dat je er wat aan gehad hebt! Vond je dit artikel leuk en zou iemand anders hier ook waarde uit kunnen halen?

Deel het artikel met vrienden of familie via WhatsApp of andere sociale media door op een van de sociale media knoppen te drukken.

Zelf op de hoogte blijven? Schrijf je dan in om een bericht te krijgen als er nieuw artikel gepubliceerd wordt. Ik stuur je geen spam of andere vervelende mailtjes, beloofd! 🙂


Deze artikelen zijn misschien ook wat voor jou:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.